Selecteer een pagina

Een goede spreker is een spreker die contact maakt. Je wilt immers dat je boodschap overkomt. Dat lukt niet wanneer je tijdens je verhaal over de hoofden van de mensen in je publiek heen kijkt. Als je je publiek echt wilt betrekken bij je verhaal, dan moet je oogcontact maken.

De aard van het oogcontact heeft invloed op de mate waarin je je ontspannen voelt. Het oogcontact is een manier om een band met je publiek te creëren, om in het hier en nu te blijven en je tegelijkertijd zelfverzekerder te maken. Je raakt letterlijk geaard. Het publiek zal eerder geneigd zijn om te luisteren en te accepteren wat je zegt.
Als spreker op een podium maak je natuurlijk anders contact dan wanneer je met iemand een gesprek voert. Je verwacht geen reactie. Wat je wel doet, is dichtbij komen. Door ontspannen je blik door de zaal te bewegen, en af en toe écht iemand even aan te kijken, bereik je precies dat: je maakt contact, je komt even dichtbij, je ziet je publiek écht. Eigenlijk is het een vorm van aandacht: wie wordt aangekeken, die kijkt terug. En op het moment dat je elkaar echt ziet, wordt je verhaal beter en interessanter. Voor jezelf, omdat je nu niet meer slechts praat, maar echt vertelt. Voor de ander, omdat die zich hierdoor persoonlijk betrokken voelt bij jouw verhaal.
Veel mensen vermijden oogcontact als ze voor een publiek staan, omdat ze bang zijn hierdoor afgeleid te worden en de draad van hun verhaal kwijtraken. Het mooie is, dat je door oefening niet alleen het contact met de ander, maar ook het contact met jezelf kunt versterken. In het begin kan dit onwennig voelen, maar oefening baart kunst! Door je publiek echt te zien, blijf je ook beter in contact met jezelf.
En we hebben de wetenschap om de ervaring te onderbouwen: oogcontact kan een (tijdelijke) verandering in het bewustzijn van mensen veroorzaken. Uit onderzoek blijkt dat door het maken van oogcontact onze hersengolven gaan synchroniseren met die van de ander. Dat geeft een gevoel van harmonie.